Karate als gedragsvorm

Bu-do of de weg van de krijger

Typisch aan de Oosterse en zeker aan de Japanse cultuur is het koppelen van een groei in een fysieke kunde aan een mentale groei. Denk hierbij maar aan schoonschrift of bloemschikken. Het ontwikkelen van fysieke bekwaamheid leidt tot vorming van karakter en gedrag en tot mentale wijsheid. Het wordt omschreven als het bewandelen van een weg, een levensweg. Voor wat vechtkunst betreft passeert deze ‘weg van de krijger’ langs verschillende stadia. Stadium één is een gevecht winnen door het uitschakelen van de tegenstander. Stadium twee is winnen met het gebruik van minder kracht, zodat een zwakkere een sterkere tegenstander kan overheersen. Stadium drie is het winnen zonder de tegenstander te kwetsen. Stadium vier is een gevecht winnen zonder het aan te gaan of door het volledig te vermijden of voorkomen. Het eindpunt ligt bij het 'tot vrede komen', het zoeken en bereiken van de harmonie tussen de mensen onderling en in zichzelf. Uiteindelijk gaat het bij karate niet om de objectieve fysieke prestatie, maar om de weg die wordt afgelegd in de ontwikkeling van de fysieke en psychische persoonlijkheid.

Dojo-kun of de martiale gedragscode

Karate beoefenen betekent bekwaam zijn om een aanvaller uit te schakelen, d.w.z. technieken leren die 'gevaarlijk' kunnen zijn en die men dus steeds onder controle moet hebben. Daarom is discipline een essentieel onderdeel van karatebeoefening. Naast het leren van uitschakeltechnieken leert de karateka vooral respect voor anderen te hebben, leiding te aanvaarden en zich zowel fysiek als mentaal te beheersen. Karate is een martiale kunst. De beoefenaar moet zich dan ook steeds bewust zijn van het mogelijke gevaar dat verbonden is aan het uitvoeren van gevechtstechnieken en moet de bekwaamheid en discipline hebben om dit potentieel gevaar altijd en volledig onder controle te houden. Deze gedragscode verlangt van de karateka, kort samengevat, het streven naar de ontwikkeling van de persoonlijkheid vertrekkende van nederigheid, het respecteren van de waarheid (eerlijkheid), de bereidheid tot inspanning (moed), het naleven van de etiquette (hoffelijkheid) en de beheersing van zijn kunde (zelfcontrole).

No-contact

Een belangrijk aspect bij karatebeoefening is het fysiek contact bij de uitvoering van een techniek. Hierbij moet een duidelijk onderscheid gemaakt worden tussen contact en impact. Met contact bedoelt men het 'raken' van de tegenstander of partner, impact daarentegen betekent het binnendringen van energie bij de tegenstander, met een mogelijk kwetsuur tot gevolg. Impact wordt niet aanvaard, juist omdat het kan kwetsen. Bij het trainen houdt men rekening met de fysieke en mentale gesteldheid en het niveau van de tegenstander. De karateka respecteert de integriteit van zijn oefenpartner. Contact echter kan behulpzaam zijn om de verdedigingsreflex te verbeteren. Gevorderde karateka’s, tijdens hun oefenstonden onder elkaar, zoeken dit soms op omdat dit de realiteit van een echte kamp benadert. In een wedstrijd is impact nooit toegelaten en wordt elk contact ernstig beoordeeld. Contact is niet noodzakelijk om te kunnen scoren. Scheidsrechters beoordelen het potentieel van een techniek zonder dat contact nodig is. Wedstrijd of training, de intentie om te kwetsen is alleszins altijd onaanvaardbaar. Of het nu gaat om een trainingspartner of een tegenstander bij een competitie, steeds blijft de eis bestaan voor een volledige controle of beheersing van de opgewekte kracht en energie.